Beroepsgericht traject

 

In een beroepsgericht taaltraject leren cursisten het Nederlands dat ze nodig hebben voor de vakopleiding. Dit is extra motiverend.


Voorbeeld van een beroepsgericht voortraject bij SCVO-Sité

Een voortraject is geschikt voor cursisten die nog bepaalde taalcompetenties moeten verwerven voor ze in de vakopleiding kunnen starten.
Een neventraject organiseer je naast de vakopleiding voor cursisten die tijdens de opleiding nog extra taalondersteuning nodig hebben.

De taal- en vakdocent werken nauw samen

  • De taal- en vakdocent maken praktische afspraken over waar en wanneer de lessen plaatsvinden.
    Bv. De taaldocent kan het praktijklokaal gebruiken voor een les over materialenkennis.
  • De taal- en vakdocent maken inhoudelijke afspraken welke thema’s aan bod komen.
    Bv. De cursisten moeten bellen naar de stageplaats om een afspraak te maken. De taaldocent kan dit inoefenen.
  • De vakdocent geeft de taaldocent authentiek materiaal (cursussen, gereedschap, stageopdrachten,...).
  • De taal- en vakdocent organiseren kijkmomenten voor elkaar om op de hoogte te blijven van de inhoud van de lessen.
  • De taaldocent geeft de evaluatie van de cursist door aan de vakdocent.
  • De vakdocent geeft feedback over de taalevolutie van de cursist in de vakopleiding.

Welk materiaal gebruik je als taaldocent?

  • Er bestaat al heel wat taalgericht lesmateriaal. Neem een kijkje in de online catalogus van DocAtlas of laat je inspireren door de voorbeelden van lesmateriaal van de Huizen van het Nederlands.
  • Daarnaast gebruik je zoveel mogelijk authentiek materaal uit de vakopleiding.
    Bv. Taalcompetentie: relevante informatie zoeken in een brochure
    Gebruik hiervoor de onthaalbrochures van de opleiding of stageplaats.

Hoe organiseer je een voor- of neventraject?

Bekijk eerst aan welke doelen de cursisten moeten werken in deze module. Bepaal dan in welke module dit best past:

NT2-module

  • Je biedt een module Nederlands tweede taal (NT2) aan.
  • Je werkt aan de eindtermen van de NT2-module.
  • Je past de inhoud aan aan de context van de opleiding en het beroep.

Voordeel: De cursist behaalt een certifcaat.
Nadeel: Het centrum moet voldoende leraarsuren hebben. 

Project Algemene Vorming van BSO

  • Je biedt modules Functionele Taalvaardigheid 1 (40 lestijden) en 2 (40 lestijden) aan
  • Je biedt module Functionele Tekstgeletterdheid (40 lestijden) aan
  • Je biedt in deze modules geïntegreerd en beroepsgericht Nederlands aan.

Voordeel: Een centrum is qua inhoudelijke invulling heel vrij.
Nadeel: PAV kan alleen in beroepsgerichte opleidingen waar cursisten een diploma secundair onderwijs kunnen behalen.

Module socio-culturele integratie

  • De module socio-culturele integratie past in het Studiegebied NT2. 
  • De module is een onderdeel van 4 modules van telkens 60 lestijden: Cultuur, Professionele Redzaamheid, Vlaamse Gemeenschap en Project Socio-Culturele Integratie.  
  • Je biedt in Socio-Culturele Integratie R2 een talige voorbereiding op het beroepenveld aan.

Voordeel: Het centrum is qua inhoudelijke invulling van het project heel vrij.
Nadeel: Het centrum mag geen Nederlands op zich geven in deze opleiding.

Vragen?

Contacteer een adviseur taalbeleid van Huis van het Nederlands of de Vlaamse Onderwijsinspectie Volwassenonderwijs.