Taalprofielen opstellen

 

Wat moet de cursist kunnen als hij de stage- of werkvloer opstapt? Als docent heb je een duidelijk beeld van de vakdoelen die je in je opleiding wil bereiken. Maar weet je ook wat de cursist qua taal moet kunnen en kennen?

Voorbeeld taalprofiel keukenmedewerker

Een taalprofiel geeft je een overzicht van de taalcompetenties die de cursist nodig heeft in de opleiding.
Je stelt eerst een taalprofiel op van de werk- of stagevloer. Dit geeft een beeld van wat de cursist moet kunnen op de werkvloer qua taal.
Daarna stel je een taalprofiel van de opleiding op. Het beschrijft welke taalcompetenties in de opleiding aan bod komen.

In beide profielen staan taalvaardigheden en taaltaken:

  • Wat moeten cursisten kunnen schrijven? Een verslag, notities, een samenvatting, ...
  • Welke soort gesprekken moeten ze kunnen voeren? Een evaluatiegesprek, een sociale babbel, ...
  • Welke mondelinge informatie moeten ze kunnen begrijpen? Een korte instructie, een complexe uitleg, ...
  • Wat moeten de cursisten kunnen lezen en verwerken? Een folder, een wetenschappelijke tekst, cursusmateriaal, ...

De adviseur taalbeleid stelt samen met de trekker taalbeleid een taalprofiel op door:

  • Observatie in de lessen en op de werk-en stagevloer
  • Analyse cursusmateriaal, opdrachten en toetsen
  • Analyse van leerplannen
  • Gesprekken met de vakdocenten en stagebegeleiders

Door een taalprofiel op te stellen van de werkvloer en de opleidingsvloer kan je vergelijken. Welke taalcompetenties komen aan bod in de opleiding en op de werkvloer? Welke taalcompetenties worden enkel verwacht in de opleiding of op de werkvloer?

Het taalprofiel is een bron van informatie:

  • Je kunt het gebruiken om de taalcompetenties van de cursist bij de intake in kaart te brengen of om de taal van de cursist tijdens de opleiding en of stage op te volgen.
  • Taaldocenten die Nederlands op de opleidingsvloer (Nodo), of beroepsgerichte trajecten geven, weten door het taalprofiel aan welke taalcompetenties ze moeten werken.
  • Vakdocenten die voor taalgericht vakonderwijs kiezen, weten welke talige doelen ze kunnen opnemen in hun lessen.

De omschrijvingen in het taalprofiel zijn gebaseerd op het Raamwerk (v)mbo en zijn gelinkt aan de taalniveaus uit het Europees Referentiekader Talen (ERK).