Duidelijk spreken

Traag spreken, geen dialect en laat Tarzan ook maar in de jungle... Enkele tips om het spreken met anderstaligen te vereenvoudigen en aan te passen.

Visualiseer de boodschap
Gebruik pictogrammen, foto's, voorbeelddocumenten.


Informatie vragen - Doktersbriefje - Agenda invullen - Afspraak maken.
Pictogrammen aan de balie © www.sclera.be.

Spreek een beetje trager

Articuleer heel duidelijk

Begin niet luider te spreken

Spreek geen dialect

Gebruik geen Tarzan-taal: vervoeg je werkwoorden, laat geen lidwoorden weg.
Niet: Heb jij afspraak met trajectbegeleider?
Wel: Heb jij een afspraak met de trajectbegeleider?
Niet: Jij vandaag alleen komen?
Wel: Kom jij vandaag alleen?

Leg nieuwe of moeilijke woorden uit

Pas op met schooltaal en vakwoorden
Deze woorden zijn voor jou dagelijkse kost, maar vaak niet gekend door de cursisten.

Controleer of de boodschap begrepen is
Niet: Heb je het begrepen? -> Gevaar op ‘ja-knikken’
Wel: Kan je even herhalen wat je moet doen?

Stimuleer cursisten om te spreken. Laat hen proberen

Verbeter op een respectvolle manier taal of geef feedback

  • Geef feedback afhankelijk van het taalniveau, de scholingsgraad, het karakter.
    Als je dit nooit doet: gevaar van krompraten.
    (bijvoorbeeld: Ik komen naar werk.)
  • Geef feedback op een natuurlijke manier.
  • Herhaal de correcte woord/constructie.