Duidelijk schrijven

Je schrijft een briefje voor het prikbord. Je wil het centrumreglement aanpassen. Er moet een brief voor alle cursisten de deur uit. Hoe zorg je ervoor dat alle cursisten de brief begrijpen? Waar let je op? Enkele tips.

Heb aandacht voor de vormgeving, maak lay-out duidelijk en functioneel

  • Kies Verdana of Arial 10/11p.
  • Laat genoeg ruimte tussen de alinea’s.
  • Schrijf belangrijke woorden in vet.
  • Gebruik illustraties van goede kwaliteit.

Maak je teksten niet te lang, geef geen overbodige informatie

Schrijf korte, eenvoudige zinnen (max.10 woorden)
Niet: Vooraan in de onthaalbrochure die u gekregen hebt, zit een formulier dat u moet invullen.
Wel: Je hebt de onthaalbrochure gekregen. Vooraan zit een formulier. Je moet dat formulier invullen.

Zet het onderwerp voorop in de zin

Maak je zinnen actief
Niet: Er wordt geen alcohol gedronken.
Wel: Je mag geen alcohol drinken .

Schrijf direct
Niet: In het kader van de veiligheid treft ons centrum maatregelen
Wel: Dit zijn de veiligheidsvoorschriften
Niet: We gaan ervan uit dat
Wel: We vinden dat

Vermijd nominaliseringen
 
Vermijd voorzetselketens
Niet: Voorafgaand aan de inschrijving
Wel: Voor de inschrijving

Vermijd archaïsch woordgebruik
Niet: Indien je dat wenst
Wel: Als je dat wil
Niet: De leerkrachten zijn bevoegd om te oordelen of je de klas moet verlaten als je onder invloed bent en de les stoort.
Wel: Als je onder invloed bent en je stoort de les, kan de leerkracht beslissen dat je de klas moet verlaten. 

Gebruik alleen de vaktaalwoorden die echt nodig zijn. Gebruik consequent dezelfde vaktaalwoorden

Vermijd afkortingen en letterwoorden

Pas op met beeldtaal
Anderstaligen interpreteren het vaak letterlijk.
Niet: Zo, het zit erop!
Wel: Het werk is gedaan!
Niet : Ik zit in de puree.
Wel : Ik heb een groot probleem.

Wees voorzichtig met vertalingen