Deze website wordt niet meer geüpdatet. Voor info en praktische tips over omgaan met taal en diversiteit, ga naar www.diversiteitspraktijk.be

Beginanalyse

Een beginanalyse geeft een beeld van de hoe de opleiding op dit moment omgaat met taal. Je brengt in kaart wat er al goed gaat, wat de knelpunten zijn en waar er ruimte is voor verbetering.

Beginanalyse

Je verzamelt zoveel mogelijk informatie over de Context, Input, Proces en Output van de opleiding.

Een beginanalyse bestaat uit een:

1. Bevraging van de directie/coördinatie

  • Welke cursisten stromen in?
  • Welke taalcompetenties verwacht de opleiding bij het begin van de opleiding?
  • Hoeveel cursisten stromen door?

2. Bevraging van cursisten

  • Welke taalproblemen ondervinden de cursisten?

3. Bevraging van docenten

  • Welke taalproblemen ervaren zij? Geven ze taalondersteuning?

4. Observatie van de lessen

  • Welke taalcompetenties worden verwacht om te lessen te kunnen volgen?
  • Hoe taalgericht geeft de vakdocent les?

5. Screening van lesmateriaal

  • Welke taalcompetenties heeft een cursist nodig om cursussen, toetsen en taken te lezen?

6. Analyse van taal buiten de les: bevragen van secretariaatsmedewerkers

  • Is het centrumreglement in duidelijke taal geschreven?
  • Gebruiken secretariaatsmedewerkers moeilijke woorden?

Je verwerkt alle informatie uit bevragingen, gesprekken en observaties in een verslag. Zo heb je een zicht op de huidige situatie. Dit is het vertrekpunt om met de werkgroep taalbeleid concrete doelen en acties te bepalen voor het taalbeleidsplan.

Als je een taalprofiel opstelt, gebruik je de informatie van het taalprofiel ook in het taalbeleidsplan.


Resultaten van cursisten- en docentenbevraging CVO Antwerpen-Zuid

 

Bevraging van cursisten

vragenlijst cursisten

  • Bevraag welke talige drempels cursisten ervaren tijdens de opleiding.
    (onduidelijke instructies van docenten, complex geformuleerde toetsvragen, spelling in schriftelijke taken, ...)
  • Bevraag of ze nood hebben aan taalondersteuning en hoe ze die willen krijgen (remediëring of bijlessen, verduidelijking van vaktaal, ...).
  • Bevraag alle cursisten of een aantal.
    Alle cursisten: Gebruik dan een digitale enquête. Dit vraagt tijd en organisatie, maar levert veel informatie op en werkt sensibiliserend. Cursisten weten dat er aandacht is voor taal in de opleiding. Er bestaan enquêteprogramma’s zoals Survey Monkey die je gratis kunt gebruiken.
    Een aantal cursisten: Zorg er dan voor dat je zowel anderstalige, laagtaalvaardige als taalsterke cursisten bevraagt.

Bevraging van docenten

vragenlijst docenten

  • Pas de vragenlijst aan aan de opleiding. Gebruik voorbeelden om de vragen concreter te maken.
  • Bevraag welke talige moeilijkheden de docenten ervaren bij de cursisten.
  • Bevraag hoe ze omgaan met taal in de klas: Krijgen cursisten feedback op taal? Leren de cursisten om verslagen te schrijven? Heeft de docent aandacht voor woordenschat?
  • Bevraag of docenten bereid zijn om taalondersteuning te geven.
  • Bevraag alle docenten of een aantal.
    Alle docenten: Gebruik dan een digitale enquête. Dit vraagt tijd en organisatie, maar levert veel informatie op en werkt sensibiliserend. Er bestaan enquêteprogramma’s zoals  die je gratis kunt gebruiken.
    Een aantal docenten: bv. alle docenten van module 1

Observatie van de lessen

  • Overleg met de docenten in welke lessen je best observeert.
    Zij weten in welke vakken het moeilijk gaat of waar cursisten afhaken.
  • Observeer om een inschatting te maken van het taalniveau van de lessen.
    Bespreek na de observatie met de vakdocenten wat cursisten moeten kunnen bij de start, tijdens de opleiding en op het einde. Noteer de taalcompetenties die de cursist nodig heeft. Gebruik deze informatie later om een taalprofiel op te stellen.
  • OF observeer om in te schatten hoe taalgericht de vakdocent les geeft.
    Je kan de kijkwijzers taalgericht vakonderwijs gebruiken. Deze informatie kan je gebruiken om later acties rond taalgericht lesgeven te plannen.

Screening van lesmateriaal

  • Maak een inschatting van het taalniveau van het lesmateriaal.
    Zo krijg je een beeld van wat cursisten moeten kunnen lezen in de lessen.
    Houd rekening met hoe de cursus gebruikt wordt in de lessen: is het een naslagwerk, gebruiken de cursisten het om zelfstandig te studeren, ...?
    Om een idee te krijgen van het taalniveau van een tekst kan je de leestool gebruiken.
    De informatie over het taalniveau van het lesmateriaal noteer je ook in het taalprofiel.

Analyse van de taal buiten de les

Bevraag hoe secretariaatsmedewerkers, trajectbegeleider en andere personeelsleden omgaan met taal?

Heb je vragen of begin je er liever niet alleen aan?

Contacteer een adviseur taalbeleid.